Hoofdlijnen Klimaatakkoord: van meer windmolens tot elektrisch rijden

In 2030 moeten we bijna de helft minder CO2 uitstoten dan in 1990. Om die doelstelling te kunnen halen, is er in Nederland de afgelopen maanden stevig onderhandeld over het Klimaatakkoord. Vandaag zijn de hoofdlijnen van het akkoord gepresenteerd.

De klimaatplannen zijn gesmeed aan vijf verschillende ‘tafels’, waarbij overheid, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties zijn betrokken. Aan elke tafel wordt een specifieke sector besproken, waarvoor aparte plannen worden gemaakt.

De tafels voor industrie (29 procent) en elektriciteit (41 procent) moeten voor de meeste CO2-reductie zorgen. Woningen (7 procent), mobiliteit (15 procent) en landbouw (7 procent) voor de minste. Wij hebben per klimaattafel de belangrijkste punten op een rijtje gezet.

Elektriciteit

Om het klimaatdoel te kunnen halen, moeten we sneller de omslag maken van fossiele brandstoffen naar ‘hernieuwbare’ energie, om zo uiteindelijk tot een CO2-vrij elektriciteitssysteem te komen. De hoeveelheid hernieuwbare elektriciteit moet dus groeien: van 17 Terawattuur (Twh) naar 84 in 2030. Ter verduidelijking: 1 Twh is het energieverbruik van de stad Den Bosch.

Parken met windmolens op zee, zowel bestaand als nieuw, hebben een belangrijk aandeel (ten minste 49 Twh in 2030). De overheid zal in 2020 extra gebieden op zee aanwijzen waar windmolens moeten komen. De rest (35 Twh) moet vanaf het land komen via windmolens en zonnepanelen.

Het is de bedoeling dat subsidies voor duurzame energie na 2025 verdwijnen. Mogelijk worden er nog wel andere ‘instrumenten’ ingesteld die het financieel aantrekkelijker maken om in duurzame energie te investeren.

Gebouwde omgeving

Voor 7 miljoen huizen en 1 miljoen gebouwen geldt dat ze straks goed geïsoleerd moeten zijn en moeten worden verwarmd met duurzame warmte. Er moet schone elektriciteit worden gebruikt of zelfs opgewekt. Gemeenten moeten uiterlijk in 2021 een plan hebben opgesteld waarin per wijk is vastgelegd hoe de omslag wordt gemaakt.

“Die aanpak kan per wijk verschillen. Trek als bewoner ook niet meteen in paniek de cv-ketel van de muur. Wacht tot de gemeente langskomt met een plan”, zegt Diederik Samsom, voorzitter van de klimaattafel. “Je huis isoleren is natuurlijk wel altijd goed.’

Door gas hoger te belasten en elektriciteit juist lager, moet isolatie en duurzame verwarming aantrekkelijker worden. Daarnaast moet het aanbod van isolatiemaatregelen en duurzame warmte-opties omhoog en de prijs ervan worden verlaagd. Ook wordt er meer ingezet op alternatieve warmtebronnen, zoals aardwarmte.

We moeten in 2050 met z’n allen van het aardgas af zijn. Om die doelstelling te kunnen halen moet 75 procent van de huizen die tussen 1 juli 2018 en eind 2021 worden gebouwd, aardgasvrij zijn. Woningbouwcorporaties streven ernaar om tot 2021 102.500 bestaande woningen aardgasvrij te maken.

Industrie

De uitstoot van de industrie moet nagenoeg nul worden. Daarvoor moet de industrie inzetten op elektrificatie (bijvoorbeeld elektrische boilers en fornuizen), het efficiënter maken van warmtegebruik (bijvoorbeeld door het gebruik van warmtepompen en het benutten van reststromen zoals stoom) en het hergebruik van grondstoffen.

De doelstelling voor de industrie is 14,3 megaton minder uitstoot in de komende jaren. Innovatie is daarbij een belangrijke pijler, net als het sluiten van overeenkomsten met andere landen. De overheid vraagt de industrie om te investeren, maar levert zelf ook een financiële bijdrage (die richting 2030 oploopt naar 550 à 1000 miljoen euro per jaar).

Er wordt ook gesproken over de opslag van CO2. Dat is geen doel op zich, maar kan op korte termijn wel helpen om de uitstoot terug te brengen. Het wordt gezien als een noodzakelijke tussenoplossing om de doelen voor 2030 te halen en niet als vervanger van de verduurzaming op langere termijn.

Landbouw en landgebruik

Het voorstel bevat plannen om in 2030 rond de 5 megaton minder uitstoot te realiseren, omgerekend naar het equivalent in koolstofdioxide (CO2). Daarvoor schatten de deelnemers dat er publieke en private investeringen nodig zijn van 2 tot 4 miljard euro.

De vleesindustrie kan flink bezuinigen op de uitstoot van methaangas: omgerekend naar kooldioxide (CO2) 1,1 megaton. De maatregelen gaan uit van aanpassingen aan stallen, andere voeding en anders omgaan met mest.

Ook kan slimmer landgebruik bijdragen aan een vermindering van tot wel 2 megaton aan uitstoot. Het onder water zetten van veengrond zou ongeveer de helft van die reductie moeten opleveren. Verder kan de glas- en tuinbouw tot wel 1,8 ton minder uitstoten door bijvoorbeeld te stoken op aardwarmte en gebruik te maken van innovatieve manieren van telen.

Voorzitter Pieter van Geel benadrukt dat er ook aan de kant van de consument wel wat kan gebeuren. “Bijvoorbeeld door anders om te gaan met voedsel. Daarbij denken we aan minder voedselverspilling en een andere verhouding in plantaardig en dierlijk voedsel.”

Mobiliteit

De Mobiliteitstafel mikt op een reductie van het equivalent van ongeveer 16 megaton aan CO2. Veel wordt verwacht van elektrisch rijden: personenauto’s, maar ook bestelbusjes en het openbaar vervoer kunnen veel schoner. Dat geldt ook voor de brandstoffen van vrachtwagens en binnenvaartschepen. En natuurlijk moet fietsen volop gestimuleerd worden.

“Het gaat ook om bewustwording van het eigen gedrag en de consequenties daarvan. Bijvoorbeeld als het gaat om rijstijl en snelheid. Uiteindelijk moeten we ook 17 miljoen kleine klimaatakkoordjes met onszelf sluiten”, zegt voorzitter Annemiek Nijhof.

De grootste uitdaging is wel dat alle partijen (burgers, overheden en bedrijfsleven) vertrouwen houden in de maatregelen en ook op de lange termijn willen samenwerken. “Een transitie is een langdurig en ingrijpend verandertraject’, waarschuwen de opstellers van het voorstel. Want wie gaat wat betalen? Hoe gaat de overheid bijvoorbeeld het wegvallen van de forse accijnzen op fossiele brandstoffen opvangen?

Na de zomer verder

Wat je hierboven hebt gelezen zijn de hoofdlijnen van het Klimaatakkoord, het daadwerkelijke akkoord moet later dit jaar worden gesloten. De gesprekken gaan na de zomer verder. Het Planbureau voor De Leefomgeving en het Centraal Planbureau gaan ook nog berekenen of deze voorstellen de gewenste tonnen reductie opleveren.

]]>

Be the first to comment

Leave a comment

Your email address will not be published.


*